Zorg voor het jonge kind

Zorg voor het jonge kind

In de dagelijkse praktijk blijkt dat de ontwikkeling van kinderen niet gelijkmatig is, maar vaak sprongsgewijs verloopt. Na een volgend stapje in de ontwikkeling volgt een stabiliseringfase. Sommige kinderen ontwikkelen zich niet conform de beschreven ontwikkelingsfasen. Sommigen slaan fasen of delen van fasen over zonder gevolgen. Bij anderen is het niet “uitontwikkelen” van fasen wel van grote invloed op het vervolg. Ze bouwen geen stevige basis op met alle gevolgen van dien.
De betrokkenheid van de kinderen bij hun werk is voor de leerkracht een belangrijk richtsnoer voor haar/zijn handelen. Door de kinderen emotioneel vrij te laten worden, hun zelfvertrouwen te bevorderen en nieuwsgierig te maken, wordt de basis gelegd om tot leren te komen. Werken aan bovenstaande drie punten is een eerste vereiste. Bij alle activiteiten waarmee het kind in aanraking komt, zijn deze punten van belang.
Door onderbouwoverleg, scholing, extra aandacht vanuit interne begeleiding en het zorgteam wordt gestreefd de kwaliteit van vooral taal (beginnende geletterdheid), rekenen (beginnende gecijferdheid) en sociaal emotionele ontwikkeling te verbeteren. Om de kwaliteit van ons onderwijs beter te waarborgen is voor de kleuters in ons leerlingvolgsysteem het OVMJK van Dick Memelink (ontwikkelvolgmodel voor jonge kinderen) ingevoerd. Door gerichte observatie weet de leerkracht wanneer ondersteuning, een duwtje in de goede richting en dergelijke moet worden gegeven. Daarbij dient altijd rekening te worden gehouden met de mogelijkheden van het kind. Daarnaast worden, voor de kinderen van groep 2, de volgende CITO toetsen afgenomen: ordenen en taal voor kleuters. Het eerste toetsmoment is februari. Wanneer een kind een D of een E heeft gescoord (dit zijn de laagste 2 scores), dan wordt aan het einde van het schooljaar nogmaals dezelfde soort toets afgenomen.